NederlandsEnglish

Vennootschapsbelasting

code R_VenBelast
studielast

12 studiepunten

coördinator prof. mr. J.W. Bellingwout
periode 2+3
doel Het verwerven van diepgaande kennis van en inzicht in de vennootschapsbelasting en in mindere mate de dividendbelasting, waarbij de nadruk ligt op de belastingheffing van ondernemingen. Na afloop van de cursus heeft de student inzicht in de structuur van deze belastingen en in de samenhang van de onderwerpen die een rol spelen, zowel in nationale context als bij grensoverschrijdende ondernemingsactiviteiten. Daarnaast dient de student te beschikken over de vaardigheid om de fiscaal-juridische en maatschappelijke aspecten van de vennootschapsbelasting en in mindere mate van de dividendbelasting in hun onderlinge samenhang te beoordelen en daarover kritisch na te denken. Ook dient de student in staat te zijn om kennis van de vennootschapsbelasting en dividendbelasting toe te passen in complexe casus.
inhoud Behandeling van de vennootschapsbelasting, waarbij gedurende de eerste weken aandacht wordt besteed aan de functie van de vennootschapsbelasting en de verhouding van deze heffing ten opzichte van met name de inkomstenbelasting en aan meer algemene begrippen zoals (subjectieve) belastingplicht, vestigingsplaats en winstbepaling (stortingen en onttrekkingen). In de daarop volgende colleges wordt diepgaand aandacht besteed aan aspecten als concernfinanciering (afgewaardeerde vorderingen, renteaftrek), de deelnemingsvrijstelling, faciliteiten voor fusie en splitsing, verliescompensatie en de fiscale eenheid. Tot slot komen de onderwerpen einde belastingplicht en buitenlandse belastingplicht aan de orde en wordt aandacht besteed aan de heffing van dividendbelasting.
werkwijze

In de gecombineerde hoor/werkcolleges wordt in het eerste deel van het college de stof behandeld en verduidelijkt, mede aan de hand van de jurisprudentie. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de studenten de voor het col­lege voorgeschreven literatuur hebben bestudeerd. Vervolgens wordt in het tweede deel van het college aandacht besteed aan casuïstiek. Naast deze hoor/werkcolleges wor­den vijf facultatieve werkgroepen verzorgd. Ook wordt op facultatieve basis een practicum georganiseerd waarin onder begeleiding van docenten aan de hand van het aangifteprogramma van de Belastingdienst geoefend wordt met de technische aspecten van de stof en de verwerking daarvan in de praktijk.
Gedurende het college is ruimte om de stof op onderdelen verder uit te diepen. Van de studenten wordt een actieve participatie verwacht.

literatuur

G.C. van der Burgt e.a., Studenteneditie 2015-2016, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), Deventer: Kluwer 2015.

toetsing Geroosterd schriftelijk tentamen.
18